Waalse Abdijen
Waalse Abdijen
Routes Gemiddeld

Waalse Abdijen

Wallonië heeft een rijke kloostertraditie die teruggaat tot de zesde eeuw, en nergens komt die beter tot leven dan in de vijf abdijen van deze meerdaagse route. Cisterciënzers, benedictijnen en premonstratenzers stichtten in de bossen, dalen en heuvels van het zuiden van België gemeenschappen die niet alleen religieuze maar ook economische, culturele en agrarische centra werden. Vandaag zijn enkele abdijen nog levende kloostergemeenschappen met wereldberoemde bieren en kazen, terwijl andere als ruïne een sereen getuigenis vormen van een verdwenen tijdperk.

Begin je reis in Henegouwen bij de Abdij van Aulne aan de oever van de Samber, een indrukwekkende cisterciënzerruïne nabij Thuin. De aangepaste paden rond het kerngebouw bieden goede toegankelijkheid. Rijd vervolgens naar de provincie Namen voor de Abdij van Floreffe, een levende premonstratenzergemeenschap met een schoolgebouw en een befaamde brouwerij. Sluit de eerste dag af in de Abdij van Maredsous, gelegen in het pittoreske Molignée-dal, waar je de beroemde Maredsous-kaas en bier kunt proeven en het volledig toegankelijk bezoekerscentrum kunt verkennen.

Op de tweede en derde dag trek je dieper de Ardennen in. De Abdij van Orval in de provincie Luxemburg is wellicht de bekendste van allemaal, met haar wereldberoemde trappistenbier en sfeervolle ruïnegedeelte. Het levende kloostergebouw is deels rolstoeltoegankelijk, en de winkel en het bezoekerstraject zijn goed verzorgd voor rolstoelgebruikers. De Abdij van Stavelot, in het hart van het oude prinsbisdom, herbergt vandaag drie musea: het Stavelotmuseum, het Spa-Francorchamps Museum en het Apollinaire Museum. De abdijgebouwen zijn volledig rolstoeltoegankelijk via liften en brede toegangen.

Praktische tips: deze route vraagt om meerdere overnachtingen, bij voorkeur in toegankelijke B&B's of hotels in Thuin, Dinant of Stavelot. PMR-parkeerplaatsen zijn bij elke abdij aanwezig. De afstanden tussen de abdijen lopen op tot ruim honderd kilometer, dus reken op aangepast vervoer per auto of taxi. Combineer de route met streekgastronomie: elke abdij heeft een proeflokaal of restaurant. Plan rustdagen in om te genieten van het Ardense landschap.